75 jaar vrijheid

Jan Peter Balkenende: ‘Het goede doen is onze morele opdracht’

Jan Peter Balkenende groeide op in het naoorlogse Zeeland. ‘In mijn jeugd kregen twee gebeurtenissen veel aandacht: het verhaal van de Tweede Wereldoorlog en de Watersnoodramp in 1953. Bij de Watersnoodramp zijn familieleden omgekomen, dat maakte het extra indringend. De begraafplaats waar deze familieleden lagen, was maar een paar honderd meter vanaf mijn ouderlijk huis. Ik kwam er als kind regelmatig en kreeg thuis de verhalen van de ramp te horen.

Fotografie: Jan Kok

Datzelfde geldt voor de verhalen van de oorlog. Mijn moeder woonde in Oud-Sabbinge, een klein dorp nabij Goes. Zij hadden een onderduiker in huis. Op een gegeven moment liepen er Duitse soldaten langs hun huis. Het geluid van hun laarzen op het grind was een heel angstig moment, vertelde ze mij. De Duitsers liepen gelukkig door en de onderduiker werd weggebracht naar een volgend adres. Ook is haar vader, mijn opa dus, afgevoerd samen met alle mannen uit de omgeving. Zij werden meegenomen om in Duitsland tewerk te worden gesteld. De familie dacht dat ze hem nooit meer zouden terugzien. Gelukkig kon hij in Rilland ontsnappen, verloor daarbij zijn schoenen en is op blote voeten naar huis teruggelopen. Verder vertelde mijn moeder dat het geluid van de vele vliegtuigen die overkwamen enorm beangstigend was. Door dit soort verhalen kwam de oorlog heel dichtbij. Zeker omdat ik ze hoorde van iemand die dit zelf had beleefd.

Ontmoeting met veteranen
Ik heb het geluk dat ik een fijne jeugd heb gehad. Ik groeide op in vrijheid in een veilige en mooie omgeving. Maar, en dat is het dubbele, er zat slechts elf jaar tussen het einde van de oorlog en mijn geboorte. Dat realiseerde ik mij sterk toen ik in 2010 bij de Olympische Winterspelen in het Canadese Vancouver was. Ik had daar als premier een aantal officiële verplichtingen. Tijdens een daarvan sprak ik met een aantal veteranen. Zij hadden in de herfst van 1944 bij de Slag om de Schelde gevochten. Daar zijn duizenden doden gevallen. Voor mij stonden twee mannen die daar toen voor onze vrijheid hebben gevochten. Ik heb hen mijn diepe dank overgebracht voor wat zij voor ons hebben gedaan.

Twee kanten van dezelfde medaille
De oorlog had heel anders kunnen aflopen. Stel dat wij geen hulp hadden gekregen van de Britten, de Amerikanen, de Canadezen en van soldaten van al die andere nationaliteiten, wat zou er dan zijn gebeurd? Leefden we dan nu onder een naziregime? We weten het niet. Vrijheid is een ontzettend groot goed. We moeten er zuinig op zijn, maar ook altijd beseffen dat het nooit vanzelfsprekend is. Daarom moeten we zorgvuldig met vrijheid omgaan. Mondt vrijheid uit in eigenbelang of in denken zonder rekening te houden met anderen, dan verschraalt vrijheid. Vrijheid en verantwoordelijkheid zijn wat mij betreft twee kanten van dezelfde medaille. Soms gaan we te gemakkelijk met die vrijheid om, we beledigen, zetten grote monden op, zijn met ons eigenbelang bezig. Terwijl mensen destijds voor onze vrijheid hebben gevochten om te voorkomen dat we in een wereld van haat en bedrog, van onwaarheid en van geweld en onderdrukking zouden leven.

'Vrijheid is een ontzettend groot goed'

Eerlijkheid
Het naziregime had veel invloed op Nederland, toch zijn de wonden tussen Nederland en Duitsland geheeld. Waarom? Omdat Duitsland eerlijk is geweest over het naziverleden en er afstand van heeft genomen. Dat schiep een fundament om iets nieuws te kunnen opbouwen. Als we niet met elkaar praten over de geschiedenis en onze ervaringen niet delen, dan komen we nooit in het reine met wat er is gebeurd. Eerlijkheid is heel belangrijk. Dan kunnen we ook weer verder met elkaar. Dat vind ik ook een element van vrijheid: ga er op een hele goede manier mee om. Dat geeft dan ook weer ruimte om het beter te doen.

Diepe indruk
Veel mensen hebben nooit onder druk geleefd en weten niet wat het is om onvrij te zijn. Daarom is het goed dat er plekken zijn waar de Tweede Wereldoorlog wordt herdacht. Ik bezocht er een aantal, zo was ik onder meer in Yad Vashem in Jerusalem, in Westerbork, in Dachau, in Auschwitz en het Holocaust Museum in Washington. Toen ik dertien jaar was, namen mijn ouders mij mee naar het concentratiekamp Dachau, zodat ik wist wat daar is gebeurd. Die beelden hebben mij nooit los gelaten. In het Holocaust Museum in Washington staat een enorme donkere schacht. Deze schacht is volgeplakt met foto’s van vermoorde families uit een Pools dorp, vermoord omdat ze Joods waren. Als je daar staat en je kijkt naar boven, al die mensen… Dat maakte diepe, diepe indruk op mij. Daarom kan ik niet begrijpen dat er Holocaust-ontkenners zijn. Of dat je het woord Jood gebruikt terwijl dat helemaal niet kan.

Bescheiden
Eind augustus 2019 was ik aanwezig bij de herdenking van de Slag om de Schelde, tevens de start van de viering van 75 jaar vrijheid. Daar was ook een aantal oude veteranen aanwezig. Het was ontroerend hen te ontmoeten. Praten we met hen en horen we hun verhalen aan, dan zijn ze erg bescheiden. Zij vonden dat ze deden wat gedaan moest worden. Toen ik nog premier was, sprak ik tijdens een herdenking van D-Day in Normandië met Nederlanders die destijds op Britse schepen meevoeren. Ik vroeg hen: “U bent in een hele moeilijke tijd het schip op gegaan. Was u niet bang?” Ik kreeg als antwoord: “Nee. We hebben voor onszelf de keuze gemaakt om tegen de onderdrukking en tegen het naziregime te vechten. Heb je voor jezelf die keuze gemaakt, dan geeft dat rust, ook al zit je in een omgeving die heel bedreigend is.” Ik vond dat indrukwekkend om te horen.

Hoop is cruciaal
Momenteel zitten we in een wereld vol verdeeldheid, geweld en eigenbelang, maar ik zie ook andere ontwikkelingen. Dan is de vraag wat gaat overheersen. Het woord “hoop” is hierbij cruciaal. We moeten werken aan een maatschappij waarin mensen perspectief hebben. Hoop kunnen we ontlenen aan de 17 Sustainable Development Goals (SDG’s), opgesteld door de Verenigde Naties. Deze doelen hebben betrekking op de kwaliteit van leven van iedereen op deze planeet. Ze zijn goed omdat ze perspectief bieden om het leven van iedereen beter te maken en mensen vrijheid te geven. Het is goed te zien dat steeds meer mensen, vooral jongeren, en bedrijven met deze SDG’s bezig zijn. Ik vind SDG nummer 17 “Partnerships” erg belangrijk. Door samenwerking kom je verder. Dat soort inzichten kan ons verder brengen. Al moet er nog veel worden gedaan.

'Mensen kunnen voor veranderingen zorgen'

Positief
Mensen kunnen voor veranderingen zorgen. We hebben de afgelopen eeuwen veel vooruitgang geboekt. Nu leven we in een tijd waarin we, als we de nieuwe mogelijkheden niet op de juiste manier benutten, ook grote risico’s lopen. We moeten er voor zorgen dat de macht voor sommigen niet te groot wordt. Want dat kan tot ongelijkheid leiden. We moeten dus heel scherp analyseren wat er mondiaal gebeurt. Aan de andere kant zie ik ook veel positieve ontwikkelingen. Ik hoop dat de positieve krachten van deze wereld elkaar weten te vinden om het goede te doen. Dat is volgens mij onze morele opdracht. We zijn het ook verplicht aan de mensen die in de Tweede Wereldoorlog vochten voor onze vrijheid.

Four Freedoms
Vrijheid is niet iets vanzelfsprekends, het moet elke dag opnieuw worden “bevochten”. We nemen teveel en te gemakkelijk aan dat die vrijheid er is. Er waren natuurlijk in de geschiedenis veel momenten dat er helemaal geen vrijheid was. Laten we daarom zuinig zijn op onze traditie dat mensen vrij moeten kunnen zijn en dat mensen ook hun rechten hebben. Dat is mooi tot uitdrukking gekomen in de Four Freedoms die de Amerikaanse president Franklin Delano Roosevelt op 6 januari 1941 uitsprak: Vrijheid van meningsuiting, Vrijheid van godsdienst, Vrijheid van gebrek en Vrijheid van angst. Deze vrijheden geven ook een antwoord op de vraag in wat voor wereld wij leven en hoe wij deze willen inrichten. En daarom vind ik die vier vrijheden zo ontzettend belangrijk.’